Community als elastiek begrip?

Ik loop de laatste tijd steeds vaker te denken aan wat nu precisie het wezenskenmerk is van een community. Dat denken van mij wordt getriggerd door allerlei gesprekken die ik meemaak. Wat mij daarin opvalt is dat community in zeer uiteenlopende betekenissen wordt gebruikt. Het gevolg daarvan is dat ik soms niet meer weet of we het nou over een community hebben of over iets anders.

Laat ik een voorbeeld geven. Ik signaleer dat in opleidingen er gesproken wordt over het inrichten van communities waar studenten dan aan innovaties gaan werken, vaak samen met mensen uit het bedrijfsleven en veelal zijn er dan ook docenten bij betrokken. Hartstikke mooi en zeer leerzaam lijkt mij voor alle betrokkenen. De vraag waar ik echter mee blijf zitten is of dit nou een community is. Vroeger noemden we dit gewoon een project. Nou ja wellicht dat de focus op innovatie er toe bijdraagt dat we dit een innovatief project noemen, maar om het community te noemen? Het gaat immers vaak om een vooraf gedefinieerd probleem waarbij vooraf bekend is hoeveel tijd er aan besteed mag worden en aan wie de resultaten worden overgedragen. Dus dat riekt nogal naar wat we vroeger project noemden. Waarom noemen we het dan nu community? Wie helpt mij om me dat duidelijk te maken?

4 gedachten over “Community als elastiek begrip?

  1. De samenwerking in stages en praktijkopdrachten tussen student, werkplekbegeleider en docent is lange tijd gedomineerd door traditionele rollen: de student leert en past het geleerde toe, de werkplekbegeleider is een rolmodel en instrueert en de docent bewaakt het bereiken van wenselijke en realistische leerdoelen. Deze manier van werken is niet meer toereikend in werkomgevingen waar verandering de standaard is.
    In Community for Development hopen we te zien dat de panelen schuiven: studenten zich meer opstellen als zelfverantwoordelijke professionals die op zoek gaan naar nieuwe ontwikkelingen, werkplekbegeleiders die kansen creëren en verbanden leggen en docenten die waar mogelijk adviezen geven voor richtingen waarin gezocht kan worden en reflecteren op de effectiviteit van het leerproces van studenten.
    Nu blijft de prangende vraag of je dit soort samenwerkingsverbanden ‘community’ mag noemen. Volgens Etienne Wenger bestaat een CoP uit mensen die een belang of passie delen en van elkaar willen leren hoe het beter te doen. Bij een Community for Development denk je in eerste instantie aan de innovatieve kracht die men toedicht aan communities. In het project TBTOP heb ik de Community for Development vooral gezien als een ambitie om nieuwe dingen te ontwikkelen en dat ook nog in een nieuwe setting (interdisciplinair en op een bedrijfsterrein). In de Community for Development die bestaan uit een student, een werkplekbegeleider en een docent daarentegen, lijkt toch meer de ontwikkeling van de student centraal te staan. Dat is de reden dat docenten de begeleiding verplaatst hebben naar de werkplek, waar ze beter inzicht krijgen in de context waarin studenten leren. En daar leren docenten ook van, getuige een artikel in Editie Zuyd van maart 2016.
    De Community for Development richt zich aldus enerzijds op de ontwikkeling van (beroeps)producten en anderzijds op de ontwikkeling van nieuwe vormen van leren. Misschien past daar dan toch beter het begrip ‘project’?
    Kort na KIB2015 in Heerlen hebben we een kleine enquête gehouden onder deelnemers aan een symposium over samenwerkend leren met 21st century skills. Weinig deelnemers hebben de vragenlijst ingevuld, maar er waren toch een paar opvallende punten die een beeld geven van het beeld dat we hebben van communities. Denkend over 21st century skills in communities zien we dat deelnemers aan communities veel belang hechten aan samenwerken en creativiteit. Anderzijds krijgen zelfregulering en probleemoplossen minder aandacht. Kritisch denken wordt wel belangrijk gevonden, maar daarover lopen de meningen het meest uiteen. Je zou je kunnen afvragen of we in het onderwijs bij communities vooral denken in termen van groepen en minder in termen van persoonlijke netwerken. Lang, lang geleden sprak ik met een vroeger CvB-lid over communities en die was heel verbaasd dat ik zoveel belang hechtte aan de samenhang van communities. Zij zei bijna letterlijk: “mijn community bestaat ook uit een groot aantal individuele contacten”. Dat was toch wel een eye-opener voor me: je persoonlijke ontwikkeling in communities wordt toch vooral gevoed door individuele en particuliere contacten met leden van de community. In de geglobaliseerde wereld van de 21ste eeuw bestaat collectiviteit immers niet zonder diversiteit. In het onderwijs proberen we soms krampachtig vast te houden aan het groepsdenken.

    1. Maar is dat wat het toenmalig CvB-lid zei “mijn community bestaat ook uit een groot aantal individuele contacten” dan niet te benoemen als je persoonlijk netwerk. En is een persoonlijk netwerk ook een community? In mijn masteronderzoek heb ik ook Wenger geparafraseerd: “Volgens Wenger benadrukt het concept community het samenwerken aan een gedeeld kennisdomein of probleem, terwijl bij het concept (leer)netwerken de nadruk ligt op relaties en interacties. Communities en netwerken zijn niet elkaars tegengestelden, zij zijn complementair.”

      1. Ik signaleer ook dat er enige mate van overlap bestaat tussen communities en leernetwerken. Dat in leernetwerken de nadruk ligt op relaties is waar maar het is niet het enige dat van belang is, hoewel in de vroegere literatuur dat wel als de essentie van een leernetwerk werd beschouwd (zie bijvoorbeeld Granovetter die hierover al in de jaren zeventig publiceerde). De idee was dat het hebben van relaties voldoende voorwaarde was en dat de rest (uitwisselen, ontwikkelen) dan vanzelf zou volgen.
        Daarom nog maar eens het boek van Peter Sloep en anderen (2011) erbij gepakt die stellen dat een leernetwerk doorgaans meer vraagt dan alleen een heleboel mensen die relaties met elkaar onderhouden. Maar dat er andere voorwaarden zijn die ertoe bijdragen dat delen en ontwikkelen eenvoudiger gaat. Daarbij lijkt dat een leernetwerk qua omvang veel groter is dan een community maar hoeveel groter het moet zijn eer het een leernetwerk is, maakt dat boek ook niet duidelijk. Dus voor mij blijft de vraag of beide concepten uiteindelijk wel zo verschillen in wat ze beschrijven. Wellicht zit het verschil veel eerder in de theorieen die er aan ten grondslag liggen dan in het fenomeen dat proberen te begrijpen. Maar goed, het is duidelijk, ik ben er zelf ook nog niet uit. Kortom: wordt vervolgd!

        1. Zijn de communities van oorsprong niet formeler georganiseerd met een moderator, en netwerken meer samenhangt uit informelere contacten? Waarschijnlijk is het inderdaad zo dat het aan de onderliggende theorieën ligt. En proberen we nu een onderscheid te maken die er in de loop der jaren is vervaagd. Misschien ligt het onderscheid meer in de toevoeging achter het begrip communities? En vegen we nu alles, Community of Practice en Community of Development onder de noemer ‘community’. Is niet dat wat de communityleden of netwerkleden drijft, de essentie van een community ‘gevoel’?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *