Categorie archief: Community-activiteiten

Hoe wordt binnen Zuyd learning communities vormgegeven?

De initiatiefgroep Community van Communities heeft haar project afgerond. In haar eindrapportage doet zij verslag van de projectactiviteiten. Tevens worden de verschillende typen communities die zij binnen Zuyd hebben gezien toegelicht:

  1. Communities waarin docenten participeren (bijv. ten behoeve van coördinatie en afstemming onderwijs) of tussen onderwijsondersteunend personeel (bijv. gericht op gezamenlijke professionalisering).
  2. Communities waarin docenten en studenten actief zijn (als onderwijsvorm als aanvulling op andere activiteiten op het curriculum).
  3. Communities waarin docenten, studenten en werkveld actief zijn (bijvoorbeeld om bij te blijven met de meest actuele ontwikkelingen in het eigen domein).

NetworkLearningModelOp basis van het netwerkmodel van Jarche zitten veel communities van Zuyd in fase van Workteams met als kenmerk gestructureerde en doelgerichte samenwerking (dat geldt ook voor het projectteam Community van Communities). Er is wordt nog weinig gedacht in termen van informele en opportunity driven netwerken. Mensen zoeken elkaar weinig op, niet in opleidingen en niet er overheen. Er is geen cultuur om te delen en de tools hebben daarop weinig invloed. Iedereen probeert het wiel uit te vinden en daardoor ontstaat er veel variatie. Binnen opleidingen zijn er geen netwerken en structuren gevonden voor kennisuitwisseling over innovaties. Deelnemers en teams worden nauwelijks gefaciliteerd voor kennisdeling in communities (soms ondergebracht bij persoonlijke professionalisering). Pogingen om community-denken op gang te brengen verlopen moeizaam. Het projectteam heeft alleen contacten met individuen en constateert dat het gesprek alle kanten opgaat.
Er zijn grote verschillen in de aanpak van communities tussen opleidingen. Communities worden vooral besproken als didactisch principe, maar weinig als leeromgeving voor docenten (muv dNP en Social Work). Ondersteuners (de management assistenten) werken geïsoleerd (urgentie) en hebben wel een community, maar deze wordt nauwelijks gebruikt voor dagelijkse chat.

Docenten spreken veelal over het werken en leren in communities voor studenten: thematisch, jaargang overstijgend of interdisciplinair. Uit presentaties tijdens het Living Lab blijkt dat studenten behoefte hebben aan interdisciplinair werken. Dit stelt opleidingen voor nieuwe vragen hoe hiermee om te gaan. Lesroosters (en gebrek aan ‘lummeltijd’) hinderen het aangaan van leerzame en productieve samenwerking in lossere verbanden. Het lijkt erop dat docenten en opleidingen gehinderd worden door organisatorische problemen voor communities.

De initiatiefgroep ziet dat visie, structuur, cultuur en leiding in het denken over en werken in communities niet op elkaar zijn afgestemd. Om het community-denken op gang te brengen zouden we op zoek moeten gaan naar de urgentie van community-handelen en het inzetten van de juiste structuur en cultuur onder vormen van gedeelde leiding. Volgens Verbiest (2012; voormalig lector Schoolontwikkeling en Schoolmanagement) kan ontwikkeling plaatsvinden op verschillende manieren: verbreden (meer communities), verdiepen (anders denken in communities) en verankeren (in beleid en structuur).

Plannen voor toekomst

Leren en werken in communities is een van de speerpunten van beleid voor Zuyd en actueel thema in de opleidingen en het onderzoek van Zuyd. Het is dit jaar in beperkte mate gelukt om bij alle faculteiten contactpersonen te vinden voor communities. De initiatiefgroep adviseert om verder te investeren in het in kaart (en onder de aandacht) brengen het werken en leren in communities bij Zuyd. De vraagstelling voor het onderzoek zou kunnen zijn:

  • Wie doet het? (structuur)
  • Hoe kunnen we dit vormgeven in cultuur? (systemen)
  • Hoe geven we er leiding aan? (visie)
  • Welke leeropbrengsten zijn er? (in termen van didactische en professionele ontwikkeling)

De initiatiefgroep CvC stelt voor dat:

  1. De Zuyd Onderwijs Expertise Community (ZOEC) i.o. per faculteit in kaart brengt (mogelijk op basis van een gemeenschappelijk ondezoeksplan) hoe de visie, structuur en cultuur rond het leren en werken in communities gestalte krijgen (Welke (soort) communities zijn er in de opleiding; welke doelen beogen die; wat is de rol van studenten; wie stuurt de communities aan?). Bevindingen worden gerapporteerd in blogs op community.community.zuyd.nl.
  2. Elke opleiding tijdens KIB (of diens opvolgers) iets presenteert over het werken of leren in communities.
  3. De kwaliteitsbeoordeling van opleidingen voorziet een paragraaf over inspanningen bij het realiseren van werken en leren in communities.
  4. Het CvB een routeplanner (voor ZOEC en/of de Dienst O&O) ontwikkelt om jaarlijks de voortgang in het werken en leren in communities te ordenen, analyseren en rapporteren.
  5. De lectoren zullen erop toezien dat het beheer van de website en activiteiten die het leren en werken in communities bevorderen, worden ingebed in de op te richten ZOEC.

Crossing borders

Schermafbeelding 2016-06-21 om 12.19.53Waarom zou je eens kijken hoe het er bij andere communities aan toe gaat? Soms wil je wel van de daken schreeuwen hoe goed het gaat in je community, soms ploeter je verder in de verwachting dat alle weerstanden te kunnen overwinnen. Afgelopen weekend heb ik een artikel gelezen over boundary crossing dat ik graag met de lezers wil delen (Akkerman and Bakker 2011).

De auteurs beschrijven vier hoofdredenen om over de grens te kijken: identificatie, coördinatie, reflectie en transformatie. Dat zijn heel abstracte begrippen als je denkt over grenzen. Ze worden concreter als we kijken naar de onderliggende mechanismen. Het artikel is in algemene termen geschreven en noemt voorbeelden uit diverse sectoren van het maatschappelijk leven. De mechanismen uit het artikel zijn toepasbaar voor allerlei manieren van ‘over de grenzen kijken’. Voor deze blog heb ik ze proberen te vertalen naar het belang om de grenzen te blijven opzoeken in communities.

Identificatie zorgt ervoor dat je een beeld krijgt van hoe diverse communities zich ten opzichte van elkaar onderscheiden. Voor identificatie is het van belang om de verschillende omgevingen te herkennen (othering), bijvoorbeeld wat de ene community anders maakt dan de andere. Maar ook om je verschillende rollen en verantwoordelijkheden af te stemmen op wat een omgeving van je verwacht (legitimate coexistence). In een les gebeuren andere dingen dan in een community. Grenzen verkennen helpt om verschillen te zien, nog zonder de noodzaak om de grens over te gaan. Daarmee identificeer je het karakter van de community.

Coördinatie helpt om de effectiviteit en efficiëntie van een community onder de loep te nemen en is daarmee de tweede reden om over de grens te kijken. Wederzijdsheid in de feedback krijg je vooral door naar elkaar te luisteren en met elkaar te praten (communicative connection). Voor de uitwisseling van ervaringen en ideeën heb je ontmoetingen nodig. Omdat communities vaak anders functioneren dan teams of werkgroepen is het nuttig om te zien of je de gang van zaken in andere communities kunt vertalen naar de eigen situatie en omgekeerd (efforts of translation). Daardoor kunnen overeenkomsten zichtbaar worden, maar ook soms onoverbrugbare verschillen. Coördinatie tussen communities helpt om grenzen doorlaatbaar te maken (enhancing boundary permeability), met het doel dat deelnemers zo weinig mogelijk weerstanden ervaren in het werken in communities. Het leren van ervaringen buiten de eigen community zou een normale praktijk kunnen worden (routinization), die helpt om de eigen identiteit van de persoon en van de community te versterken.

Daarmee zijn we aanbeland bij de derde reden om over de grenzen van de community te kijken, namelijk het stimuleert om te reflecteren en daarmee nieuwe perspectieven te ontwikkelen. Het expliciteren van wat er speelt in andere communities, bewust en onbewust, helpt om eigen begrip en kennis ontwikkelen (perspective making) en om je opvattingen over je eigen community in een ander licht te zien (perspective taking).

Last but not least kijken we over de grenzen van andere communities om te transformeren en daarmee in co-creatie nieuwe praktijken aan te gaan in communities. Een belangrijke aanleiding om naar veranderingen te zoeken in een community is de oplossing van een gebrek of probleem is (confrontation); deze oplossing moet vaak van buiten komen. Het kan gaan om uiteenlopende zaken zoals het vinden van voldoende faciliteiten voor de community tot het zoeken naar nieuw elan. Voorbeelden stemmen tot nadenken over de ambitie van de community en manieren om die te realiseren (recognizing a shared problem space). Transformatieprocessen vinden plaats door hybride omgevingen te maken, waarin elementen uit andere communities worden gecombineerd tot een nieuwe werkwijze (hybridization) en deze nieuwe werkwijze ook wordt toegepast in een nieuwe omgeving, c.q. een andere community (cristallization). Daar bovenop beschrijven de auteurs een proces van transformatie waarbij het unieke karakter van de onderlinge samenwerking een rol speelt (mantaining uniqueness of the intersecting practices). Professionele vriendschappen leveren een verbondenheid die stimuleren om zaken van elkaar over te nemen. Soms is het daarvoor nodig om structurele verbindingen te maken tussen communities (continuous joint work at the boundary).

Oef, dat was toch nog een hoop theoretische informatie. Ondertussen denk je misschien dat dit prachtige ambities zijn voor een community, maar sta je met lege handen om daar iets mee te doen. In dat geval verwijs ik graag naar het artikel van Akkerman en Bakker, waarin ook tal van ‘boundary crossing objectives’ worden beschreven. Je zult dan wel moeten bepalen of ze toepasbaar zijn voor jezelf of in je community.
Wie actief is in communites doet dat om er ‘iets’ van op te steken. En we weten allemaal dat hoe meer energie te in de community steekt, hoe meer je ervan leert!

Akkerman, Sanne F, and Arthur Bakker. 2011. Boundary crossing and boundary objects. Review of educational research 81 (2):132-169.

Interprofessioneel Opleiden en Samenwerken (IPOS) bij de Faculteit Gezondheidszorg

IPOSDe Faculteit Gezondheidszorg van Zuyd heeft sinds 2011 een IPOS werkgroep waarin alle bachelor zorgopleidingen vertegenwoordigd zijn.  In samenwerking met de curriculumcommissies van deze opleidingen wordt gewerkt aan een binnen- en buitenschoolse IPOS onderwijslijn in de vorm van learning communities waarin werkveld, praktijkinstellingen, studenten, docenten en patiënten(organisaties) samenwerken. Voorbeelden zijn de ‘binnenschoolse’ communities in leerjaar 1 en 2 en het gezamenlijk uitvoeren van de cliëntencontactdag in het tweede leerjaar voor alle zorgstudenten. In jaar 3 wordt een IP teamoverleg (zie factsheet) gevoerd samen met studenten geneeskunde van de UM. In de module Interprofessionele Communities of Practice (IP CoP) leren studenten van verschillende opleidingen van de faculteit Gezondheidszorg en Social Work om samen te werken in de praktijk. Er is ook een tweedaagse module ontwikkeld (als resultaat van een Zuyd Innoveert project) waarin studenten met elkaar zullen leren, wordt geïmplementeerd bij tweedejaars studenten Verloskunde en Social Work. Een mooie bijkomstigheid van dit project is dat, door het gezamenlijk ontwikkelen van een module, docenten van verschillende opleidingen ook met elkaar leren en hierdoor werken aan hun collaboratieve competenties. Klik hier voor meer informatie over de module Interprofessioneel zorgplan opleidingen Social Work en Verloskunde.

De werkgroep heeft vanuit een theoretisch kader op een systematische wijze een IP- competentie raamwerk ontwikkeld.

IPOSblocks

De Interprofessionele building blocks bestaan uit 5 blokken die de 5 sleutelcompetenties voor interprofessioneel samenwerken vertegenwoordigen. De 5 sleutelcompetenties zijn (klik hier voor factsheet):

  1. Elkaars competenties kennen en begrijpen
  2. Werken met interprofessionele zorgplannen
  3. Probleemoplossend handelen in interprofessionele teams
  4. Passend interprofessioneel verwijzen
  5. Werken met interprofessionele zorgplannen

De IPOS werkgroep van de Faculteit Gezondheidszorg heeft samen met het Lectoraat Autonomie en Participatie van Chronisch Zieken ook  een factsheet samengesteld rondom interprofessionele sleutelcompetenties voor Zuyd docenten. Immers voor het slagen van interprofessioneel onderwijs en interprofessioneel doceren, hebben ook docenten interprofessionele competenties nodig. Deze zijn:

  1. Docenten kennen en begrijpen elkaars (vak) competenties
  2. Docenten werken interprofessioneel samen in de onderwijscyclus wat betreft: ontwerpen, uitvoeren, evalueren en bijstellen van IP onderwijsmateriaa
  3. Docenten handelen probleemoplossend in interprofessionele docenten-teams
  4. Docenten faciliteren probleemoplossend handelen in interprofessionele studenten-teams
  5. Docenten consulteren passende collegadocenten van diverse opleidingen binnen en buiten de faculteit
  6. Docenten evalueren interprofessioneel teamwerk met docenten en studenten.

“Quichekeurig” kennis delen met, van, door en voor communities

Quiche
via Wikipedia

Dit studiejaar heeft de initiatiefgroep het project Community van Communities uitgevoerd. Op deze website zijn hierover regelmatig berichten verschenen. In vervolg daarop organiseren wij, de initiatiefgroep, de meeting “Quichekeurig”!

Deze bijeenkomst heeft om tweeërlei redenen de naam ‘Quichekeurig’ gekregen. Met elk lekker quichehapje werken wij toe naar een inspirerend, nieuw stapje. En we kijken ‘kieskeurig’ naar de initiatiefgroep en naar de communities van Zuyd.
Wij delen met jullie de opbrengsten van onze projectactiviteiten en natuurlijk is er ook plek voor prangende vragen van jouw community.

Onderstaande thema’s komen hoe dan ook aan bod:

  • Hoe start je een community op?
  • Hoe zorg je voor eigenaarschap?
  • Welke facilitering is nodig en welke heb je?
  • Wat en hoe leren mensen in de community?

Wij zouden het zeer op prijs stellen als je deze uitnodiging deelt met collega’s die deelnemen aan of geïnteresseerd zijn in communities. Ook zij zijn van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het programma.

De bijeenkomst vindt plaats op 6 juni a.s. in het station van Meerssen bij ‘Ontmoet Anna’ Stationsplein 1, 6231 CN Meerssen.
Inloop vanaf 15:30 uur; de bijeenkomst duurt van 16.00 – 18.30 uur.

Na de bijeenkomst heb je gegeten, gedronken en ga je vol ideeën naar huis.

Aanmelden kan per mail tot vrijdag 3 juni bij Mieke Faessen .

Met vriendelijke groet,
De leden van de initiatiefgroep,
Marcel van der Klink, Paul Hennissen, Judith van Hooijdonk, Wilmie Jenniskens en Sylvia Schoenmakers,

Interne communities en sociale media

socialmediaHet adviesbureau Evolve heeft onlangs onderzoek gedaan naar de inzet van social media binnen organisaties.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn dat de inrichting van interne social media professionaliseert, maar het gebruik nog te weinig wordt gestimuleerd. Een belangrijke stap in dat proces zal zijn om interne community’s een onmisbaar onderdeel te laten worden van het werk, met senior management als voorbeeld. 
Overall kan gesteld worden dat de focus van interne social media is verschoven van een conversatieplatform naar meer formalisering, sturing en relevantie. Maar voor échte successen zijn een verandering in het gedrag van medewerkers en een andere organisatie van interne processen nodig.
Bron: Marketingfacts

Binnen Zuyd bestaan ook vele interne communities. Je kunt ook Zuyd als een grote interne community benoemen. Mijn ervaring (n=1) is dat binnen Zuyd sociale media beperkt wordt ingezet om open kennis delen en online samenwerken te ondersteunen. Dat was ook de conclusie van mijn masteronderzoek. De respondenten (hbo-docenten, n=33) vonden samenwerken in netwerken belangrijk. Ook waren zij gemotiveerd hun onderwijs met behulp van ict te verbeteren en willen ze aansluiten bij de technologische veranderingen. Toch bleek dat het merendeel van de docenten sociale media nauwelijks inzet in hun onderwijs en netwerken. Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zagen de docenten uit dit onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen.

Community als elastiek begrip?

Ik loop de laatste tijd steeds vaker te denken aan wat nu precisie het wezenskenmerk is van een community. Dat denken van mij wordt getriggerd door allerlei gesprekken die ik meemaak. Wat mij daarin opvalt is dat community in zeer uiteenlopende betekenissen wordt gebruikt. Het gevolg daarvan is dat ik soms niet meer weet of we het nou over een community hebben of over iets anders.

Laat ik een voorbeeld geven. Ik signaleer dat in opleidingen er gesproken wordt over het inrichten van communities waar studenten dan aan innovaties gaan werken, vaak samen met mensen uit het bedrijfsleven en veelal zijn er dan ook docenten bij betrokken. Hartstikke mooi en zeer leerzaam lijkt mij voor alle betrokkenen. De vraag waar ik echter mee blijf zitten is of dit nou een community is. Vroeger noemden we dit gewoon een project. Nou ja wellicht dat de focus op innovatie er toe bijdraagt dat we dit een innovatief project noemen, maar om het community te noemen? Het gaat immers vaak om een vooraf gedefinieerd probleem waarbij vooraf bekend is hoeveel tijd er aan besteed mag worden en aan wie de resultaten worden overgedragen. Dus dat riekt nogal naar wat we vroeger project noemden. Waarom noemen we het dan nu community? Wie helpt mij om me dat duidelijk te maken?

Regelmatig een bericht delen

Beste lezers,

Actief zijn in een community is eigenlijk net zoiets als het leren fietsen. Nou was leren fietsen iets wat bij mij niet 1,2,3 ging en dat geldt dus ook voor actief zijn in een community. Maar de aanhouder wint. Ik ben van plan om iedere twee weken een bericht met jullie te delen. Mocht je de indruk hebben dat mijn frequentie van bijdragen daar onder ligt, laat het me weten. Ik beschouw dat als een aanmoediging!

Hartelijke groet,

Marcel van der Klink